FC Den Bosch

FCDBFans

Met heel mijn hart
'Topklasse gevaar voor Jupiler League'

'Topklasse gevaar voor Jupiler League'

14 september 2009 om 16:54

Volgend jaar wordt de Topklasse ingevoerd. Johan Derksen, bekend van weekblad en tv-programma Voetbal International, heeft daar zijn bedenkingen bij. In een column geeft hij aan dat het wel eens een gevaar voor de Jupiler League zou kunnen zijn.

U zult mij nooit betrappen op denigrerende opmerkingen over de Jupiler League. Als modale prof speelde ik met Cambuur Leeuwarden, Veendam, Haarlem en MVV in de Eerste Divisie. Het niveau was destijds aanmerkelijk beter. Bij MVV waren Janusz Kowalik, Gerard Hoenen, Willy Brokamp, Toon Nelemans, Jo Bonfrère, Chris Dekker en Johan Dijkstra mijn elftalgenoten.

Desondanks promoveerden we niet via de nacompetitie naar de Eredivisie in 1978. Dergelijke spelers kom je nu niet meer tegen in de opstellingen. De Jupiler League is een verkapte jeugdcompetitie geworden met spelers die voor een minimumloon of minder hun ambities en dromen proberen te realiseren. Voor toeschouwers, die niet geteisterd worden door clubsentimenten, is het vertoonde spel nauwelijks boeiend.

RTL7 maakt dan ook een ernstige fout door op vrijdagavond een wedstrijd live uit te zenden. Armoedig voetbal in een decor van lege tribunes. De samenvattingen zijn leuk, aan een hele wedstrijd lijkt geen eind te komen. Dat is content voor regionale omroepen. Toch gaat er veel talent schuil in die grauwe meute doorsnee voetballers.

Klaas Jan Huntelaar, Demy de Zeeuw, Kees Kwakman, Edwin Linsen, Koen van de Laak, Paul Verhaegh en Ruben Schaken werden door ijverige scouts op vrijdagavond ontdekt. Desondanks ziet de toekomst van de Jupiler League er somber uit.

In 1969 kocht Cambuur Leeuwarden me van Eredivisieclub Go Ahead. Eredivisievoetballers waren nog niet financieel onafhankelijk en bouwden hun carrière af in de eerste divisie. Hierdoor waren de elftallen een mix van jeugdig talent, regionale helden en topvoetballers op hun retour. Gedurende mijn eerste jaar bij Cambuur Leeuwarden kwam ik roemruchte voetballers tegen.

Joop Wildbret bij Blauw Wit, Hans Verhagen bij FC Den Bosch, Tonny van der Linden bij Elinkwijk, Wietse Couperus bij Haarlem, Fons van Wissen bij Helmond Sport, Mosje Temming bij HVC, Johan Neeskens bij RCH, Co Adriaanse bij De Volewijckers en Charly Bosveld bij Vitesse. We hadden allemaal een volledige baan en trainden in de namiddag. Als jonge speler leerde ik meer van de routiniers in het elftal dan van de trainer, al werkten er geen lullige trainers in de Eerste Divisie.

In Leeuwarden trof ik de legendarische Jan Bens, een man die zijn tijd vooruit was. Ook Hans Kraay senior, Barry Hughes, Leo Beenhakker, Frans de Munck en Jaap van der Leck werkten bij clubs in de Eerste Divisie. We voetbalden voor een bescheiden vergoeding, maar het was pure bijverdienste.

De spelers die nu in de Jupiler League uitkomen hebben de status van profvoetballer. Het is hun beroep, maar de financiële nood is intussen zo groot, dat bijna alle helden die u op vrijdagavond bij RTL7 aan het werk ziet, voor een minimumloon of minder hun stinkende best doen. Hun collega’s in de Eredivisie verdienen gemiddeld ruim vier ton per jaar, een divisie lager is het louter kommer en kwel.

De Jupiler League clubs stuurden deze zomer 260 spelers weg, daarvoor in de plaats kwamen jeugdspelers en amateurs terug. Profs in deze divisie verdienen het wettelijk minimumloon: 1398 euro bruto per maand. Dan moeten ze wel 23 jaar of ouder zijn, anders gaan ze met 860 euro bruto per maand naar huis. De amateurs in de selectie moeten geld meebrengen, want zij moeten zich zelf verzekeren. Cambuur Leeuwarden is de laatste club die zijn spelers nog goed kan betalen.

De andere clubs hebben de grootste moeite om de zeventien verplichte contractspelers te financieren. Er voetballen intussen opvallend veel spelers voor een kleine onkostenvergoeding. Maar er wordt wel van ze verwacht dat ze zich als volwaardige profs gedragen. En het niveau holt achteruit. Ervaren Eredivisie-spelers hebben geen trek meer om af te bouwen in de Jupiler League. Om het geld hoeven ze het niet meer te doen en dan zijn wedstrijden tegen BV Veendam, FC Omniworld of RBC Roosendaal niet aantrekkelijk.

De Topklasse, die volgend seizoen van start gaat, walst binnen de kortst mogelijk tijd over de aan handen en voeten gebonden Jupiler League-clubs heen. Ambitieuze hoofdklassers als Quick Boys, IJsselmeervogels, HHC, Hollandia, De Treffers en WKE hebben fors geïnvesteerd om zich aan het eind van dit seizoen te plaatsen voor de Topklasse. De rijke amateurclubs zijn met hun invloedrijke businessclubs al een gevaar voor bescheiden profclubs, omdat ze creatiever zaken kunnen doen met spelers.

Dat wordt met ingang van volgend seizoen nog veel erger. Een aardige voetballer, met een gezin en een goede baan, gaat niet voor een minimumloon als prof in de Jupiler League spelen. Voor hem is het veel aantrekkelijker om als semi-prof in de Topklasse uit te komen. Voetballers met een aflopend contract zullen massaal de overstap maken van de Jupiler League naar de Topklasse. Sponsors die daarnaast ook nog een baan kunnen bieden worden helemáál belangrijk.

Binnen vijf jaar zal de Topklasse kwalitatief veel beter zijn dan de Jupiler League. Zolang de clubs verplicht worden zeventien contractspelers op de loonlijst te hebben is het armoe troef, terwijl de concurrentie in de Topklasse het beschikbare geld gericht in versterkingen kan investeren. Voor de zieltogende clubs uit de Jupiler League wordt het een hopeloze strijd. De kloof met de Eredivisie is al bijna onoverbrugbaar.

Indien De Graafschap, Cambuur Leeuwarden of Go Ahead Eagles dit seizoen promoveren betekent dat een groot probleem. Met de spelersgroep die het realiseert zijn die clubs volslagen kansloos in de Eredivisie. Promotie betekent, dat een club een vermogen moet investeren om zich op het hoogste niveau te kunnen handhaven. Geen penningmeester krijgt de begroting sluitend als hij de spelers van 20.000 euro per jaar moet opwaarderen naar een paar ton per jaar.

Daar komt nog bij, dat veel grote amateurclubs intussen een perfecte organisatie hebben staan. De businessclub sluit contracten met spelers af, er wordt landelijk gescout, spelers beschikken over lease auto’s en de clubs beschikken over trouwe sponsors die gedreven worden door clubemoties. Als directeur betaald voetbal Henk Kesler afscheid neemt, heeft hij zijn droom gerealiseerd. De fel begeerde piramide is een feit.

Het was ook belachelijk, dat clubs uit de Jupiler League niet konden degraderen. Een competitie zonder promotie en degradatie is ongeloofwaardig. Kesler heeft er waarschijnlijk niet bij stilgestaan, dat hij de noodlijdende clubs uit de Jupiler League met nog grotere problemen opzadelt. Je zult als technisch directeur van een club uit de Eerste Divisie maar op pad gestuurd worden om de regionale vedette van een amateurclub te contracteren.

Die jongen lacht zich dood zodra hij hoort dat hij 1398 euro bruto per maand kan verdienen. Hij zal altijd voor een naburige club uit de Topklasse kiezen, waar hij meer kan verdienen en zijn maatschappelijke carrière kan voortzetten.

Johan Derksen

Bron: VI.nl