'Als het erop aan kwam, ging het vaak mis'
21 april 2007 om 16:48
Maken spelers, trainers of bestuurders een voetbalclub groot of maakt een club hen groot? Die vraag dringt zich op bij een club als FC Den Bosch. Voetbaljournalist Henri van der Steen en journalist/FC-supporter Henk Mees van het Brabants Dagblad vinden de club in elk geval de moeite waard om er deel 2 van Brabants Gras - na PSV in deel 1 - aan te besteden. Inhoudelijk is 'Heya Den Bosch' voor een deel de moeite waard. Vooral als het over (oud-)spelers gaat.
FC Den Bosch - officieel in 1967 ontstaan na een fusie tussen de roemruchte clubs BVV en Wilhelmina - heeft geen historie. Het zijn juist beide amateurverenigingen die de geschiedenis van het voetbal in de Brabantse hoofdstad tot een prachtige maken. Nog maar eens mooi opgetekend in twee hoofdstukken. Nog maar eens, omdat in de diverse jubileumboeken van BVV en Wilhelmina eveneens wordt stilgestaan bij de diverse accommodaties in de stad en de eerste Bossche club Victoria. Met natuurlijk als hoogtepunt de trektochten van duizenden Bossche voetballiefhebbers naar Heidelust in Vught.
De profclub is (nog) niet historisch, hooguit hilarisch. De sintelbaan in het oude De Vliert, de dramatische grasmatten en supporters die hun club in diskrediet brengen. Al wordt terecht opgemerkt dat de Bossche fans zich de laatste jaren keurig(er) gedragen.
Wat 'Heya Den Bosch' vooral mist, zijn de achtergronden van wat Van der Steen zo mooi 'erop of eronder' noemt. Want het was en is met de FC al veertig jaar en dus net even te vaak erop of eronder. Waarom gelukt het een professionele voetbalorganisatie in de hoofdstad van Brabant niet om uit de financiële problemen te geraken en te blijven? Waarom is Den Bosch geen voetbalstad?
Van der Steen en Mees laten kansen liggen. In 'Heya Den Bosch' staat een verhaal met oud-voorzitter Jan Schouten. Met de mede-financier van deze uitgave van Brabants Gras wordt inhoudelijk nauwelijks ingegaan op de financiële wurggreep op de lokale trots. Nee, het verhaal van Schouten begint met een onbegrepen uiteenzetting van de stamboom van de familie om vervolgens een lofzang te zijn op de bon vivant uit Zaltbommel. Schouten mag zelfs zeggen dat bij hem vijandschap nooit langer dan een halfuur duurt. Uit eigen ervaring weet ik dat hij mij als sportverslaggever van het Brabants Dagblad na een hem ongevallig stuk weken niet bekeek. Net even te gemakkelijk opgeschreven. Net zo gemakkelijk en ronduit schofferend - wederom Van der Steen - om oud-voorzitter Theo Heijmans als simpel van geest weg te zetten.
Moediger en wellicht veel interessanter was het geweest als Van der Steen en Mees een hoofdstuk hadden gewijd aan oud-voorzitter/ financier/wegloper Hans Brus. De weldoener uit Schijndel heeft ongetwijfeld een interessante visie over FC Den Bosch, het geld en de stad. Het duo kan dat weten omdat ze rond de jaarwisseling met Brus in Spanje zijn geweest om zijn verhaal op te tekenen. Voor een nog te verschijnen boek...
Nee, deze Brabants Gras moet het vooral hebben van de oud-spelers. Het verhaaltje met Jan van Grinsven en Wim van der Horst onder de kop 'supporters in vaste dienst' krijgt ineens een andere dimensie omdat juist nu (een deel van) hun baan op de tocht staat. Het verhaal over mister FC Den Bosch Fred van der Hoorn en zijn gezin is ronduit prachtig en ontroerend. Net zo verrassend als het portret van Jan Peters; niet het tikkiebreed van NEC, maar die ene die altijd scoorde voor FC Den Bosch. Vele voetbalomzwervingen en familietragedies later thans nietsdoener en charmeur.
Björn van der Doelen schreef een mooie column. Schrijftalent!, om met de woorden van Van der Steen te spreken. Of het verhaal van John Nefkens, de lichtgewicht die nooit het eerste team behaalde. In een en hetzelfde hoofdstuk neergezet tegenover de loopbaan van weer een icoon: Nees Kerssens. Nefkens komt tot de kern: 'De makke van FC Den Bosch: als het erop aan kwam, ging het vaak mis'.
Brabants Gras deel 2. Heya Den Bosch. Henk Mees, Henri van der Steen e.a. Adr. Heinen Uitgevers. 9.95 euro
Bron: Brabants Dagblad (foto Sandra Peerenboom)