Alleen de diehard mist de Roodbroeken
23 februari 2011 om 19:54
Haarlem is als stad redelijk te vergelijken met Den Bosch. In januari 2010 gebeurde in de Noord-Hollandse provinciehoofdstad het onvermijdelijke: het doek viel voor het 120 jaar oude HFC Haarlem. Het absolute doemscenario voor FC Den Bosch.
Het vloekt enorm, oranje shirts met rode broeken. Maar die rode broek is zo'n beetje het enige wat nog doet denken aan de roemruchte club HFC Haarlem. Ruim een jaar geleden ging de 120 jaar oude (alleen Sparta bestaat langer) betaaldvoetbalclub failliet. Voor het eerst in lange tijd in Nederland ging een gemeentebestuur eens níet overstag. En verder liep er niemand warm om de club te redden. Er kwamen nauwelijks nog mensen kijken aan de Jan Gijzenkade, waar Ruud Gullit ooit debuteerde. Een nieuw stadion moest de club redden, maar dat ging niet door. Einde verhaal.
Haarlem fuseerde snel met amateurclub Kennemerland, om maar niet onderaan in de vijfde klasse van het amateurvoetbal te hoeven beginnen. Haarlem-Kennemerland is nu een tweedeklasser. Met oranje shirts en rode broeken. Thuiswedstrijden worden in het deels ontmantelde stadion van Haarlem gespeeld. Als er driehonderd man komt kijken is het veel. Nee, dan de uitwedstrijden. Nog geen tien mensen zijn op deze waterkoude zaterdag naar Zaandam gereden voor het treffen met Hellas Sport. De échte fan is meteen herkenbaar. Op zijn rolstoel zitten diverse Haarlem-stickers. Charles de Jong (43) gaat nog iedere week kijken, ook al heeft dit helemaal niets meer met HFC Haarlem te maken. "De échte Roodbroeken hebben het nog steeds moeilijk met deze club. Maar ik kan niet anders. Ik kán niet zonder voetbal."
Eigenlijk wil De Jong niet praten tijdens de wedstrijd, zo intensief leeft hij mee. Maar in 45 minuten vertelt hij zijn halve levensverhaal. Zes dagen per week was hij op de club. Hij was speaker bij wedstrijden van de jeugd en hielp mee in het spelershome, gaf zijn helden tussen de middag hun boterham en soep. "Dan is dit wel wennen, langs zo'n amateurveldje."
De Jong, die bij zijn geboorte kampte met zuurstoftekort en niet veel meer loopt, heeft een jas aan van FC Twente. "Ik heb vroeger in het oosten gewoond", legt hij uit. "Vorig jaar was bizar: mijn eerste liefde ging failliet en de tweede liefde werd kampioen." De vreugde kon het verdriet niet verdringen. "Ik vind het nog steeds heel erg dat een provinciehoofdstad geen fatsoenlijke voetbalclub meer heeft." Maar hij is ook reëel. "Het is maar een kleine groep mensen die Haarlem écht mist. In de moeilijke tijd hoorde je ook veel te weinig Haarlemmers. Komen er in Den Bosch vierduizend mensen kijken? Kijk dat scheelt nogal, of je met vierduizend bent om herrie te maken of met dertienhonderd."
Datzelfde zegt Pieter-Anne Wever. Hij was voorzitter van de supportersvereniging. "Den Bosch en Haarlem zijn niet helemaal te vergelijk. Wij zijn failliet gegaan omdat de club niet meer leefde. Dan houdt het op. De gemiddelde Haarlemmer vindt het hooguit jammer dat de club niet meer bestaat, maar ligt er niet wakker van. Het gekke is dat mensen buiten de stad het veel erger vonden dan de Haarlemmers zelf. Overal vandaan kregen we steunbetuigingen."
Bij Wever doet het nog iedere dag pijn. "Zeker als ik langs het stadion fiets en zie dat ze de lichtmasten aan het afbreken zijn. Voor mijn raam hangt een vlag van Haarlem en die blijft er hangen. Ik heb mijn Haarlem-kettinkje altijd om. In de winter draag ik een sjaal van de club, in de zomer het rood-blauwe shirt. Maar het is een heel kleine groep die het zo beleeft."En die maar moeilijk kan leven met het idee dat de club nog had kunnen bestaan, als een aantal zaken anders was gelopen.
Een jaar na dato wil de destijds verantwoordelijk wethouder, Maarten Divendal (PvdA) nog steeds niet terugkijken, zo gevoelig ligt het kennelijk nog. "Ik heb niet de behoefte het weer op te rakelen."
Volgens Wever hoeven 'ze' zich in Den Bosch niet te veel zorgen te maken. "Ik hou een lange lijst bij van clubs die zijn gered. Wij hebben het ook over aandelen gehad en het verkopen van maatschappelijke activiteiten. Het zijn trucs, maar ze werken meestal wel."
Haarlem-Kennemerland verslaat Hellas deze zaterdag met liefst 0-6. Een zeldzaamheid voor de tobbende amateurs in de tweede klasse. De Jong is dik tevreden, maar het geluk dat hij voelde aan de Jan Gijzenkade komt nooit meer terug.
Pieter-Anne Wever, voorzitter van de Haarlemse supportersclub
"Met een betaaldvoetbalclub heb je als stad iedere week landelijke exposure. Als dat wegvalt is dat een aderlating. Maar een jaar na dato merk je in de stad niet veel meer van het wegvallen van Haarlem."
George Presburg, voormalig lid van de HFC-ledenraad
"Of een middelgrote stad zonder FC kan? In Haarlem dacht het gemeentebestuur daar simpel over: ja. We waren kansloos. Maar het clubbestuur en de projectontwikkelaar van het nieuwe stadion zijn ook schuldig."
Charles de Jong, vrijwilliger en supporter van de HFC
"Het is een groot gemis, ik voel echt een leegte in mijn leven nu Haarlem er niet meer is. Nu zit ik hele dagen thuis. Ik begin het te accepteren, maar dat is iets anders dan dat ik eraan gewend raak."
Bron: Brabants Dagblad