FC Den Bosch

FCDBFans

Met heel mijn hart
'Ik hou niet van gespannen gedoe'

'Ik hou niet van gespannen gedoe'

25 februari 2011 om 19:14

Hij is de enige échte Bosschenaar in het eerste elftal van FC Den Bosch, de club waar hij al twaalf jaar voetbalt. In café De Sjang aan de Graafseweg, dat alweer tien jaar wordt gerund door zijn ouders, kijkt Danny Verbeek terug en vooruit.

Boven de stamtafel van café De Sjang hangt een grote lichtbak met de beeltenis van Janus Kiep, een van de meest markante Bosschenaren ooit. Tegen de muur hangt een bordje: ‘Dit is het café van jagers, vissers en andere leugenaars’.

Veel Bosschere kroegen kent de stad niet. Het buine café ligt midden in de volksbuurt Graafsewijk. Aan het einde van de weg ligt stadion De Vliert. Je zou denken dat Danny Verbeek (20), ook een echte Bosschenaar, er kind aan huis is. Zijn ouders zijn het café een jaar of tien geleden begonnen. Hij loopt er ook wel eens binnen, maar zeker niet dagelijks. „Het is dat we hier vlakbij trainen en mijn vriendin in de buurt woont. Zelf woon ik nog altijd in de Hambaken.”

Verbeek weet wel waarom De Sjang zo goed draait. „Mensen voelen zich hier op hun gemak. Er gebeurt zelden tot nooit iets vervelends.” Ook op deze maandagmiddag is de zaak al open. „Maar pas in de avond komen de stamgasten en carnavalsclubjes.” Het café is al helemaal versierd, van binnen en buiten, klaar voor carnaval. „Dan is het hier heel druk. Ik heb twee jaar meegeholpen tijdens carnaval. Mijn vader heeft een trein (de Sjang Express, red.) gemaakt om de clubjes naar de stad te brengen en weer op te halen. Goed bedacht van hem hè? Ik zou er niet op komen.”

Carnaval begint bij Verbeek ook langzaamaan te kriebelen. Voor zover je dat als profvoetballer kan vieren. „Eerst hebben we die wedstrijd tegen Sparta op zondag, wie dat bedacht heeft... Maar misschien boeken we een goed resultaat en kunnen we met de groep de stad in. En anders zijn we maandag vrij. Maar dinsdag begint de voorbereiding op Telstar. Dus het blijft vieren met mate.”

FC Den Bosch heeft het moeilijk. Vanavond tegen RBC Roosendaal moet er gewonnen worden om nog uitzicht te hebben op een goed einde van het seizoen. „Nu de resultaten minder zijn hoor je meer negatieve geluiden, ook over het voortbestaan van de club. Dat is echt zonde. Als we negen van de elf gelijke spelen hadden gewonnen, wat gewoon had gekund, is iedereen vol lof en hadden we een superteam. Maar ja, zo werkt het nu eenmaal.”

Het is daardoor ook moeilijker voor Verbeek om van deze periode te genieten. „Terwijl het wel de beste fase uit mijn carrière is. Maar als je steeds niet wint hou je dat klotegevoel.” De linkspoot, vaste basisspeler op het moment, valt op door zijn volwassen manier van voetballen. Hij geeft de credits door aan coach Fons Groenendijk. „Niets ten nadele van Marc Brys, ik vond dat een heel fijne trainer, maar Groenendijk denkt meer vanuit de aanval. Ik mag in zekere zin m’n gang gaan en als het negen van de tien keer mislukt maar de tiende keer een goal of assist oplevert is het goed. Groenendijk houdt niet van spelers die met angst voetballen.”

Verbeek komt van jongs af aan in De Vliert, ging er vroeger altijd met z’n vader kijken. Op z’n achtste ging hij van BVV naar FC Den Bosch. „Ik ben natuurlijk niet objectief, maar deze stad kan niet zonder de club. Volgens mij gaat er straks een frisse wind waaien en dat moet een kans krijgen.”

Het zou dus helpen als nog iets van dit seizoen wordt gemaakt. Aan de sfeer zal het niet liggen. Juist Verbeek heeft daar een aardige rol in. Hij slaat geen training over zonder een paar grappen. „Op vrijdag moet je 120 procent geven, altijd. Maar op een training moet ruimte zijn voor een lolletje, ik hou niet van dat gespannen gedoe. Er wordt best wel eens iemand terechtgewezen, maar dan binnen de vier muren van de kleedkamer, zoals het hoort.”

De rol van de grapjas in gezelschappen heeft hij altijd gehad, ook op school. „Ik ging wel altijd naar school, maar met tegenzin. Na de middelbare school heb ik nog een jaar detailhandel en een jaar groothandel gedaan, maar dat lag me niet.”

Wat Verbeek na het voetbal gaat doen weet hij niet. „Ik heb altijd gedacht dat ik hier in het café zou gaan helpen en van daaruit zou kijken wat ik verder kon gaan doen. Maar nu heb ik toch weer het idee om een studie op te pikken.”

Voor dit moment vindt hij het best. Na de training spelletjes doen op de Playstation, bij zijn broer langs of ‘tijd maken voor het vrouwtje’. De rest is voor latere zorg.

Bron: Brabants Dagblad