Peters heeft niet zo'n zin in een stempel
2 februari 2008 om 12:06
Hooguit een verdwaasde blik als hij zich na de training naar een tentamen spoedt, maar verder zien ze hem bij FC Den Bosch echt niet als 'dat studentje'. Zoals Jordens Peters (20) aan de Universiteit van Tilburg evenmin te boek staat als 'die voetballer'.
De prof maakte zich niet als zodanig bekend toen hij zo'n 2,5 jaar terug aan z'n studie organisatiewetenschappen begon.
Bewust niet. "Je hebt er die gelijk over voetbal beginnen en opscheppen van 'ik heb tegen die en die gespeeld'. Zo zit ik niet in elkaar."
Hij heeft bovendien niet zo'n zin in een stempel, dat hem tijdens zijn middelbareschooltijd wel werd opgeplakt. "Wij waren 'de Den Bosch-spelertjes'." En die moesten zich maar als voorbeeldleerlingen gedragen, zo meende een enkele leraar aan het toenmalige Frederik Hendrik College in Den Bosch. Nonsens, vindt Peters. "Wij waren óók gewoon kinderen, net als de anderen. Alleen gingen wij na school meteen door naar de training. De rest ging eerst naar huis en daarna naar een amateurclub. Dat is toch hetzelfde?!"
Peters zelf ging op z'n tiende al niet meer naar een amateurclub. Toen plukte FC Den Bosch de verdediger bij BMC in Berlicum vandaan. En met hem nog vier (!) talentjes uit diezelfde lichting: Gerwin van der Boom (inmiddels weer BMC), Randy van Heijnsbergen (Nivo Sparta), Luc Heerkens (gestopt) en Stef Doedee (derde doelman RKC Waalwijk). Met die laatste mocht Peters ook geregeld in Zeist opdraven, voor trainingen of een wedstrijdje met de nationale jeugdselecties. Twee jochies uit een plaatsje van nog geen tienduizend zielen in Oranje... Best bijzonder, al realiseerden ze zich dat nooit zo. "Maar dat is het eigenlijk wel. Er zat bijvoorbeeld maar één jongen uit Amsterdam in de selectie, en dan ineens twee uit een dorp als Berlicum." Op het complex van de KNVB vertoont Peters zich al een poosje niet meer. Op het veld van De Vliert ook al niet, al maakt-ie wellicht morgenmiddag zijn rentree in het eerste, maar dan in het stadion van ADO Den Haag. Het zevende competitieduel van FC Den Bosch, september vorig jaar, was vooralsnog Peters' laatste - hij brak zijn linkerscheenbeen. En was dus tot toekijken gedoemd. "In het begin was dat nog wel leuk. Nou ja, leuk is misschien niet helemaal het juiste woord. Ik vond het vooral aardig om spelers op mijn positie te volgen. Maar na een wedstrijd of acht had ik het op de tribune ook wel gehad."
Er zijn er die zeggen dat hij tenminste weer terug is nu de prijzen worden verdeeld. "Dus wat dat betreft kun je beter voor de winterstop geblesseerd raken. Maar een blessure komt al-tijd op een rotmoment." In zijn geval toen hij net op punt van doorbreken stond, al was-ie ook vorig seizoen al meestentijds eerste keus. Dat dat dan vaak als linksback in plaats van in het hart van de defensie was... Boeien! Als broekie deed hij maar mooi mee. "Het zijn toch vaak aanvallers die op jonge leeftijd al speeltijd krijgen. Jonge verdedigers zie je niet zoveel." Nederlandse linksbacks die van wanten weten ook niet, een reden waarom de linkspoot zich nu vooral op die positie richt. "Misschien kan ik het uitbuiten." En wie-weet-waar eindigen, al heeft Peters het plannen even afgezworen. Een profvoetballerbestaan is zo onzeker als de pest, leerde hij in de afgelopen maanden wel. "Er vált niks te plannen. Voor m'n beenbreuk zat ik in een roes, was ik alleen maar met m'n wedstrijden bezig. Maar als je geblesseerd bent, ga je toch wat meer over de dingen nadenken."
Alleen al daarom is het lekker een papiertje achter de hand te hebben. "Mocht ik onverhoopt met m'n studie moeten stoppen, dan ga ik cursussen volgen. Je wereldje wordt anders toch kleiner. En er is sowieso een leven ná het voetbal."
Bron: Brabants Dagblad